Business English voor uw medewerkers. Zo haalt u de beste ROI.

Business-English-medewerkers-foto-maatpak

 

Wat is Business English of zakelijk Engels

De definitie:

Business English / zakelijk Engels, wordt gezien als een specialisme binnen het Engels.
Het is Engels met een speciaal doel: zakelijke schriftelijke- en mondelinge communicatie in het Engels. Continue reading “Business English voor uw medewerkers. Zo haalt u de beste ROI.”

Engels voor de ondernemingsraad, 80 handige woorden

Lid van een internationale ondernemingsraad?
80 handige woorden om te kennen.

Woordenlijst-Engels-voor-de-internationale-OR
Lid zijn van een ondernemingsraad is een hele uitdaging. Wanneer je dan ook nog eens in een internationaal bedrijf werkt dan is de uitdaging nog groter. Continue reading “Engels voor de ondernemingsraad, 80 handige woorden”

British English en American English: ken je de verschillen?

De-verschillen-tussen-Brits-en-Amerikaans-Engels

 

British en American English, verschillen die je moet weten.

 

 

 

 

 

Britten en Amerikanen hebben hun eigen cultuur, zienswijzen en hoewel ze een taal ‘in common’ hebben, zijn hier ook verschillen te vinden.
Niet alleen in uitspraak maar ook het gebruik van andere woorden waarmee hetzelfde wordt bedoeld.
Dat kan dus soms een hele uitdaging zijn.

 

Laten we eens kijken hoe men zich gedraagt in verschillende omstandigheden.

 

Het verschil tussen Brits en Amerikaans Engels

 

  • De Britten gedragen zich formeel en wat gereserveerd bij een eerste ontmoeting.
    De Amerikanen zijn juist informeel en zeer vriendelijk gelijk vanaf het begin.
  • Britten geven de voorkeur aan ‘verhullende’ taal: ‘I’m not quite with you on that’.
    Amerikanen zijn direct: ‘You’re talking bull..’
  • Britten proberen zaken af te zwakken: ‘That might be a bit difficult’.
    Amerikanen overdrijven vaak: ‘This is the best deal you will ever get!’
  • Britten gebruiken vaagheden als een tactiek om verwarring te creëren of iets te vertragen.
    Amerikanen  houden niet van ‘vertragingen’, maar kunnen ook vaag zijn als dat hen uitkomt.
  • Britten maken niet gauw een beslissing tijdens het eerste gesprek.
    Amerikanen willen soms een beslissing forceren en willen weten waar ze aan toe zijn.
  • Britten zijn meer geïnteresseerd in langdurige relaties gebaseerd op wederzijds vertrouwen.
    Amerikanen zijn meer geïnteresseerd in een snelle ‘deal’.
  • Britten tonen niet al hun kaarten en leggen zich niet snel vast op afspraken.
    Amerikanen leggen de kaarten op de tafel en onderhandelen liefst gelijk.
  • Britten reageren niet goed op ‘hard sells’ tactieken.
    Amerikanen willen en verwachten direct zaken te doen.
  • Britten kunnen sarcastisch zijn als ze boos zijn: ‘That’s a fantasic idea! You must be a genius’.
    Amerikanen dreigen als ze boos zijn of onderhandelingen af te breken: ‘I can see this going nowhere’.

 

Lees dit artikel als je meer wilt weten over: zakendoen in het Engels

 

Of over de geheimen van: zakendoen met de Britten

 

Zo zijn er ook verschillen in woorden tussen Brits en Amerikaans Engels

 

Ook hier dus geen onuitputtelijke lijst maar wel een aantal kenmerkende verschillen

Brits                         Amerikaans
anywhere                  anyplace
bill (restaurant)       check
biscuit                       cookie
block of flats           apartment building
chemist                    drugstore
chips                         French fries
chocolate bar          candy bar
the cinema              the movies
crossroads               intersection
driving licence        driver’s license
engine                       motor
estate agent             realtor
flyover                      overpass
ground floor            first floor
handbag                   purse
holiday                     vacation
lift                              elevator
lorry                          truck
mobile (phone)       cellular
pavement                 sidewalk
petrol gas,               gasoline
post                          mail
postcode                 zip code
pub                          bar
ring road                beltway
roundabout           traffic circle
rubbish garbage   trash
shop                        store
single (ticket)        one-way
solicitor                  attorney
sweets                     candy
taxi                          cab
timetable               schedule

 

Bekijk ook dit leuke filmpje wat echte Britten en Amerikanen vinden van de verschillen.

 

Nog iets meer weten over hoe je betere zaken kunt doen als je de cultuur kent?

 

Kijk ook hier voor een uitgebreide uitleg over  Brits en Amerikaans Engels.

Leuk als je dit artikel hieronder wilt delen.
Bedankt!

Zakendoen in het Engels: deze woorden heb je nodig!

Zakendoen-in-het-Engels

Zakendoen in het Engels

 

Engelse woorden in een zakelijk gesprek.
Vaak kan je net niet op dat ene woord komen als je een zakelijk gesprek in het Engels voert.

 

 

Als je zaken gaat doen in het Engels, wil je de juiste woorden paraat hebben.

 

Woorden voor je gesprek in het Engels

 

Een opsomming:

Less formal                                    More formal

To get                                                               Receive

To tell                                                               Inform

To help                                                             Assist

To get in touch                                               Contact

To send                                                            Dispatch

Ok                                                                     Convenient/Agree

To answer                                                        Reply

To be sorry                                                      Regret

Put off                                                              Postpone

To set up                                                         Arrange

To ask                                                              Enquire

 

 

Zakendoen in het Engels, een overzicht

 

  • Company

Buy /take over a company.

Sell/close down.

Establish/start/set up.

Join/leave.

Work for/resign from.

Manage/run/organize/restructure a company.

  • Contract

Draw up/amend/alter/break a contract.

(Re)negotiate/renew a contract.

Finalize/terminate a contract.

  • The company can …

Expand/grow.

Be in trouble/go out of business/go bankrupt/go bust/go under.

Make/manufacture/provide/offer…

  • Customer

Customer care/profile/complaints/satisfaction/support.

Loyalty/enquiries/needs/services…

  • Business

Business card/business partner/relationship/trip.

Business deal/opportunities/interests/objectives.

 

6 Engelse bedrijfsvormen en 8 functietitels

 

De markt en de prijzen

 

  • An order

Get/receive.

Cancel/make/confirm/ship/process/authorize.

Be delayed/be late/be early.

Come in/go out.

  • Price

Agree on/agree to….

Change/establish/quote/give/fix.

Put up/bring down/increase/push up/raise.

  • Market

Analyze/research…

Come into/break into/enter.

Corner the market.

Flood the market.

Takeover/drive out.

  • The market can….

Be booming/can grow.

Dry up/shrink/disappear/decline.

Market/price/position/sector/share/trends/volume/research.

 

Engelse woorden over het product

 

  • Product

Design/develop.

Make/manufacture..

Export/import/ship/transport a product.

Advertise /promote a product.

Launch/improve/upgrade..

Sell/buy.

Distribute/discontinue.

Test/modify.

In stock/out of stock…

Sell well/badly.

Product design/features/development/line/range/specifications/launch.

  • Describing products

Labour-saving/cutting-edge/high- tech/state of the art/high-speed/

cost-saving/mass-produced/time-saving/user-friendly/man-made/

up-market/top-of-the-range/bottom-of-the-range.

  • Production

Cut back/cut.

Disrupt/interrupt.

Hold up/delay.

Speed up/increase/step up.

Production line/plant/problems/process/level/costs/plan/capacity.

 

Verkoop- en personeel termen

 

  • Sales

Increase/push up/grow.

Decrease.

Boost/promote.

Go up/rise.

Go down/drop/fall.

Improve/recover.

Sales manager/sales performance/forecast/figures/volume/report/target.

  • Staff

Hire/employ/recruit.

Fire/lay off/dismiss.

Have/get.

Appoint.

Train/develop.

Motivate.

Be responsible for.

Supervise.

 

Lees ook: ‘gewone’ Engelse woorden en de ‘zakelijke’ vervanging. Business English voor in zakelijke gesprekken.

10-gewone-Engelse-werkwoorden-met-de-zakelijke-vervanging

 

 

Wil je nog meer tips? Bekijk mijn E-book de ‘Business English Survival Guide’

 

 

Misschien vind je dit ook interessant het verschil tussen ‘polite’ en ‘impolite’ communiceren.

 

Heb jij woorden die je toegevoegd wil zien?
Zou je dit met anderen willen delen? Hartelijk bedankt!