De meest gemaakte ‘Van Gaaleriaanse’ fouten in het Engels

Van-Gaaleriaanse-fouten-in-het-EngelsSpreek jij ‘Van Gaaleriaans’ of ‘proper English?’

 

Nederlanders worden geroemd om hun kennis van het Engels.

Maar kijk je verder dan blijkt dat onderzoeken laten zien dat Nederlanders zich ‘goed verstaanbaar’ kunnen maken. We merken in onze taaltrainingen vaak een overschatting van de kennis van het Engels.

 

In een EU-onderzoek werd gevraagd naar het vermogen in het Engels een geslaagd gesprek te voeren. Van de overige Europeanen zegt 20 tot 30 procent dat te kunnen, van de Nederlanders zegt 80 tot 90 procent dat hun Engels goed is. Uit het EU-onderzoek bleek ook dat een kwart van de Nederlandse bedrijven zichzelf benadeelt tijdens het zakendoen in het Engels.

 

Een typisch Nederlandse fout is om alles in de ‘ING’ vorm te willen zetten.

 

I am living in Breda.
Dit wordt gebruikt om aan te geven dat de persoon permanent in Breda woont.
Fout dus: I live in Breda is goed.

Als een gebeurtenis normaal is of regelmatig voorkomt, gebruik je geen werkwoorduitgang met ‘ING’. Wanneer de gebeurtenis op dit moment plaatsvindt, of maar tijdelijk is, wordt de ‘ING’ vorm wel gebruikt.

Bijvoorbeeld: I’m walking home.(nu) You’re reading this article.(nu) I am staying in Berlin for eight days.(tijdelijk)

Nederlanders proberen vaak letterlijk te vertalen zonder op de ‘grammaticale tijd’ te letten.
Dan hoor je dus: I’m working here for 5 years. My wife was cooking a nice meal on Sunday. I’m always eating my lunch at work.

Het letterlijke vertalen geldt ook voor het ‘ombouwen’ van Nederlandse gezegden, waar Van Gaal zo goed in is. “We are running after the facts”. ”That’s another cook”,enz.

 

Fouten in het Engels

 

Zo komen we in onze trainingen ook regelmatig ‘Van Gaaleriaans’ tegen: dingen die niet helemaal kloppen, of helemaal niet kloppen. We kunnen er altijd goed om lachen en bij de uitleg is er vaak een ‘o, ja’ moment.

Hier volgen er een aantal:

  • ‘I’m standing on my own two legs’
  • ‘I’ll make some light’
  • ‘I have a lot of house animals’
  • ‘When you come to England, you must search me up’
  • ‘Look after’ wordt vaak verward met ‘look for’:
  • ‘I must look for the children today because my wife is working’
  • ‘After a nice holiday, I always feel good in my skin’
  • ‘I’m learning for bookkeeper’
  • ‘I give my voice to John’
  • ‘They do not pick it’
  • ‘We are walking behind’
  • ‘Do what’
  • ‘Thanks for your help’ antwoord: ‘No thanks’ (i.p.v ‘you’re welcome’)
  • ‘How late is it?’
  • ‘I wish you a pleasant period’
  • ‘What for people’, i.p.v. ‘What sort of people’
  • ‘She is with pregnancy leave’ i.p.v. maternity leave
  • ‘When was his removal to London for the new job?’
  • ‘Where is the head entrance?’

‘On this moment I’m very busy’

In een vorig artikel: ‘Hoe goed is jouw Engels op de schaal Van Gaal-Timmermans?, heb ik ook een testje toegevoegd. Kun je zien hoe goed je bent, of hoe slecht 🙂

 

Heb jezelf nog leuke voorbeelden laat het weten en fijn als je het artikel hieronder wilt delen. Bedankt!

 

Download ons gratis E-Boek. Hoe goed is jouw Dunglish?Hoe-goed-is-jouw-Dunglish

25 Engelse woorden met Nederlandse afkomst

Engelse-woorden-met-Nederlandse-afkomst

Engelse woorden die uit het Nederlands afstammen

 

Wist je dat de Engelse- en Nederlandse taal  veel met elkaar overeenkomen?

De relatie tussen ‘Britain’ and ‘the Netherlands’ is er al sinds de 17e eeuw.
Hoewel, relatie….het ging toen om conflicten die op zee werden uitgevochten maar toch…

 

Hoe komen Nederlandse woorden in de Engelse taal?

 

* Volgens de Oxford English Dictionary, komen we op ongeveer 1500 Nederlandse leenwoorden. Een deel daarvan wordt nog maar beperkt gebruikt.

In 1939 heeft J. Bense een boek gepubliceerd waarin hij 5000 woorden beschrijft!

In de periode voor 1800 was de invloed van de Nederlandse invloed op het Engels het grootst. De eerste woorden zien we al in de twaalfde eeuw. Waarbij het slechts om enkele woorden gaat. Toch zijn het woorden die nog dagelijks woorden gebruikt zoals:  dijk, polder en inpolderen.

Maar zoals gezegd zijn de meeste Nederlandse in het Engels opgenomen in de zestiende en zeventiende eeuw.
Zo zijn er woorden ontstaan in de oorlog:  be- leaguer /‘belegeren’,  furlough /verlof ), hireling /huurling, knapsack  /knapzak, lifeguard /lijf- garde, onslaught/‘aanslag, plunder /plunderen, undermine /ondermijnen’) en uproar /oproer.

Ook de Nederlandse schilderkunst van de 17e eeuw heeft veel sporen in de Engelse taal nagelaten.
Woorden zoals: easel /ezel, etch /etsen, foreground /voorgrond, landscape /landschap, masterpiece /meesterstuk , still life /stil- leven.

* bron:  Nicoline van der Sijs       Etymologic­a

 

We kennen in het Engels ook gezegden die met de Nederlanders te maken hebben.
‘Double Dutch’, ‘a Duth barn’, ‘Dutch courage’ en vele meer. 
Dit zijn de bekendste.

 

Maar niet alleen in Engeland vinden we Nederlndse leenwoorden. De Nederlanders waren een van de eerste uit Europa, die zich vestigde in Amerika.
Denk maar aan; Brooklyn (Breukelen), Harlem (Haarlem) en nog vele andere plaatsnamen.
Zo zijn er 4.6 miljoen Amerikanen van Nederlandse afkomst.

 

 25 Engelse woorden  die uit het Nederlands afstammen:

 

  • Boss
    Oorspronkelijk ontstaan vanuit Amerika bij het begin van de 19e eeuw. Nederlanders hadden het daar over de ‘baas’. Daarna gebruikt in Engeland waar het werd gezien als ‘slang’ gebruikt door werklui. Vooral in de haven werd veel  Nederlands en Engels gemixt.
  • Landscape
    Dit komt van het Nederlandse woord ‘landschap’.
  • Pump
    Dit is de ‘vertaling’ voor het woord ‘pomp’.
  • Roster
    Hier zie je het Nederlandse woord ‘rooster’ in. Ook wel ‘schedule’ of ‘timetable ’genoemd.
  • Snooping
    Nu betekent dit in het Engels, ‘bespioneren’. Oorspronkelijk betekende dit woord: het stelen van snoep en het dan stiekem ergens  ‘opsnoepen’.
  • Yacht
    Vele woorden komen uit de tijd dat Nederland een zeevarende natie was. Zo ook het woord ‘Yacht’, wat komt van het Nederlandse woord ‘jaghte’, een niet zo groot schip. ‘Jaghte’ kwam weer van  ‘Jaghtschipp’ een snel piratenschip.
  • Keelhauling
    Ook weer uit de scheepvaart, ‘kielhalen’. Een bezigheid die door de Nederlanders vaak werd toegepast. Het onder het schip doorhalen van tegenstanders.
  • Cross
    Weer vanuit de 17e eeuw, het Nederlandse woord ‘kruisen’. Hiermee werd de korte afstand tussen Nederland en Engeland bedoeld. Een variant daarop is het Engelse woord ‘cruise’; het ‘kruisen‘ van het water.
  • Skipper
    Van het Nederlandse woord ‘scipper’(nu schipper)
  • Cookie
    Van het Nederlandse ‘koekje’. Vooral de Amerikanen gebruiken dit. Voor het eerst gebruikt in 1750 in Schotland. De Britten hebben het over een ‘biscuit’, wat weer van het Nederlandse woord ‘beschuit’ afkomt.
  • Vacation
    Wordt in America gebruikt en het komt van het Nederlandse woord ‘vakantie’. De Britten zeggen meestal ‘holiday’.
  • Frolic
    Betekent: ‘happy’ of ‘cheerful’ en komt van het Nederlandse woord ‘vrolijk’.
  • Spook
    Alhoewel anders uitgesproken in het Engels (fonetisch: spoek) betekent het in beide talen ‘spook’. Een geest of schrikaanjagend gestalte.

 

Niet alles komt uit de scheepvaart:

 

  • Coleslaw
    De Engelse versie van het Nederlandse woord ‘koolsla’. Een salade van ‘cabbage’; kool.
  • Rucksack
    Van het woord ‘rugzak’. Een ‘zak’ die je op je rug draagt. Je rug is in het Engels ‘back’ en daar komt de variatie ‘backpack’ vandaan.
  • Waffle
    In het Nederlands anders gespeld maar hiermee wordt de ‘wafel ’bedoeld.
  • Wagon
    Vanuit het Nederlandse  ‘wagen’.  Later vooral gebruikt om de ‘wagon’ van een trein mee aan te duiden. (Amerikaans Engels). In British English is het ‘carriage’.
  • Onslaught
    Vanuit de vroegere veldslagen.  Oorspronkelijk een militaire term en refererend aan het woord ‘aanslag’.
  • Brandy
    Komt weer vanuit de 17e eeuw en is de ‘vertaling’ van het woord ‘brandewijn’. De ‘brandewijn’ had een laag alcohol percentage en om dit op de krikken werd de brandewijn verhit over een vuur.
  • Booze
    Van het Oud Nederlandse woord ‘busen’. Het werd gebruikt als iemand te veel had gedronken.
  • Dike
    Van het woord ‘dijk’: een weggevertje.
  • Luck
    Oorspronkelijk van het oud Nederlandse woord ‘luc’, een verkorte versie van ‘gheluc’.
  • Decoy
    Van het Nederlandse  woord ‘de kooi’. De kooi werd gebruikt langs een lijn met netten om wild         aan te trekken en om te leiden naar de kooi. Decoy staat voor lokken, afleiden, aantrekken.
  • Geek
    Van het woord ‘geck’, (gek). ‘Fool’ in het Engels.
  • Santa Claus
    De Amerikaanse naam voor de Kerstman maar oorspronkelijk vertaald vanuit het Nederlandse ‘Sinterklaas’. (Amerikaans Engels). In British English is het vooral ‘Father Christmas’.

 

Natuurlijk is deze lijst nog verder aan te vullen.

 

Misschien is het daarom dat Nederlanders zo’n affiniteit met het Engels hebben. Misschien is het ook daarom dat er  vaak Nederlands en Engels worden gemixt. Zo is het Dunglish ontstaan. Hier lees je de geschiedenis van het Dunglish

 

Zo zijn er ook nog  Nederlandse woorden die volledig in het Engels zijn geaccepteerd en ook zo worden gebruikt. Wat dacht je van ‘apartheid’ en ‘the polder model’.
Lees ook: 72 Engelse woorden die je iedere dag wel een keer hoort.

Ook leuk om te weten: voor een Engelsman schijnt de makkelijkste taal om te leren het ‘Fries’ te zijn.

Ook in het Engels, net als in het Nederlands,  verschijnen regelmatig nieuwe woorden.
Woorden die bijvoorbeeld vooral onder invloed van social media, door iedereen geaccepteerd worden.
 Op deze pagina vind je een overzicht van nieuwe woorden in het Engels.

 

Hartstikke mooi als je dit artikel wilt delen met anderen, dat kan hieronder. Bedankt.